Berg

Het klein en rustig gehucht BERG, heerlijk gelegen op een heuvel aan het meer, biedt een uniek Panorama.

Talrijke beplantingen langs de straten en wegen, alsook veel alleenstaande of in rijen geschikte hoge bomen (vooral linden) verfraaien dit dorp    

Tussen de dorpen BÜTGENBACH en BERG werd in 1932 in de warchevalei de stuwdam opgericht. Het stuwmeer heeft een inhoud van 11 miljoen kubieke meter en de stuwmuur heeft een hoogte van 23 meter en is 140 meter breed.

Geschiedenis

Als men vandaag met fierheid op de resten van de burcht en het gerenoveerde "Bütgenbacher Hof" kijkt, is dit uit geschiedkundig zicht terecht. Onze voorouders, die hier vroeger leefden, hebben waarschijnlijk beide historische gebouwen vervloekt.

Het "HOF" was in vervlogen tijden de zetel van de Schout, die verantwoordelijk was voor het opstellen en het innen van de afgiften. We kunnen dit heden vergelijken met de belastingsdienst, die we nog steeds niet graag thuis ontvangen.

De afgifteregisters, die toen opgesteld werden, verschaffen ons vandaag een zeer intersessant beeld uit de tijd als "BERG" voor het eerst bevolkt werd.
Vooreerst willen we de opmerking maken dat ons dorp tevens onder de namen "UFFEMBERG" of ook "UFFENBERG" (op de berg) of in het Frans als "BERG-SUR-WARCHE" beschreven stond, wat met de hoogteligging te maken heeft.

Een eerste bron brengt ons terug naar het jaar 1531. De naam "UFFEMBERG" duikt voor het eerst op in een zogenaamd haardstederegister, en dit met drie huizen. Drie jaar voordien was er van het klein dorp nog nergens sprake. Konkreet betekent dit dat de bevolking van "BERG" tussen 1529 en 1530 plaats vondt.

De bewoners werden in het voornoemde haardstederegister in vier groepen verdeeld. Tot de eertse groep behoorden die mensen die bezittingen hadden en die een vaste afgifte moesten betalen. Vervolgens vonden we diegenen die maar voor de helft of een vierde belast werden en uiteindelijk de personen die vrijgesteld waren van de belasting.

Men herkent duidelijk hoe het om onze voorouders gesteld was. Om de juiste situatie te omschrijven zijn bestaan er twee woorden die men niet graag uitspreekt, maar de nagel op de kop treffen: onze voorouders waren lijfeigenen van de burcht en waren tot dwangarbeit verplicht.

Bezienswaardigheden

De school

De eerste school werd in 1840 voor het bedrag van 454 Daalders gebouwd. Dit gebouw behoorde aan de gemeente en de leraar woonde boven het het enige klaslokaal. Dit huis, waar zich op het einde de oudste winkel van het dorp bevond, wordt vandaag nog "de oude school" genoemd.

Aangezien er in de vooroorlogsjaren een plaatstekort ontstond, richtte men in 1910 een nieuwe school in het dorpscentrum op.

Het nieuw schoolgebouw was na Wereldoorlog II in zulk schlechte toestand, dat het gedeeltelijk afgebroken en nieuw gebouwd werd. Ondertussen gingen de kinderen voor korte tijd naar school in een hulpgebouw, dat opgericht was tengevolge van de oorlogsverwoestingen. In 1951 was de school in het dorpscentrum, naast de kerk, klaar voor gebruik. Hier werd nog tot in 1984 onderricht in de lagere school.

Na de sluiting  van de school, te wijten aan de teruggang van de geboortecijfers, wou de Katholieke Landjeugd en het kerkkoor de ophoed over het gebouw op zich nemen, en dit in de vorm van een v.z.w. De aanvraag, die op 2 december 1984 aan het Kollege van Burgemeester en Schepenen gericht was, werd ten gunste van een volkshogeschool geweigerd. De reden die ervoor werd aangehaald was, dat dit gebouw verder voor onderricht zou dienen.

Dit doel vervolgde het slechts één of twee jaar. Later werd het dan toch deze verenigingen ter beschikking gesteld. Als het gebouw dan na verscheidene breuken in de waterleidingen niet meer kon benut worden, stelde men zich vragen over de toekomst van het gebouw.

Het dorpshuis

Naar aanleiding van de algemene situatie in het onderrichtswezen en de beangstende toestand van het schoolgebouw, besloot de gemeenteraad in 1994 om het leegstaand gebouw te renoveren en gedeeltelijk om te bouwen.

Op de bovenverdieping, waar vroeger de woning van de leraar was ondergebracht, werd plaats gemaakt voor twee woningen. Enerzijds werd een appartement voor een familie gemaakt en anderzijds een studio.

Het gelijkvloers werd omgebouwd en dient voortaan voor multikulturele doeleinden. Hier vonden de plaatselijke verenigingen een vaste plaats. Achter de voormalige klaslokalen werd aangebouwd en ontstond een multifunktionele ruimte van ongeveer 90 m2. Er kwamen noch sanitaire installaties bij, alsook een kleine keuken.

Deze investering schafte niet alleen alternatieve woon- en recreatieruimten, maar bewaarde en herwaardeerde waardevolle bouwsubstantie en een stuk dorpsgeschiedenis. Het is nu aan de speciaal daartoe opgerichte "Dorfhaus" v.z.w. om voor het behoud en in het biezonder voor de goede administratie hiervan te zorgen.

De kapel van Berg

De grondsteen voor de kapel van "BERG" werd op kermiszondag, 11 oktober 1959, gelegd. Op 3 juni 1962 werd de kapel gezegend.

Sommigen hebben zich zeker al de vraag gesteld, waarom het heilig gebouw van "BERG" kapel genoemd wordt en niet de naam kerk draagt.

In berichten uit de 18de eeuw wordt de struktuur van de kerk verduidelijkt. Deze bestond uit een hoofdkerk, de zogenoemde parochiekerk, waaraan meestal verschillende andere kerken bij aangesloten waren. Daar maakte men het verschil tussen kerken die als filiale gelden en kapellen.

Doopsel, huwelijk en begrafenis werd enkel in de parochiekerk gevierd. Dit is de reden waarom het doopvont enkel in parochiekerken te vinden is. Voor belangrijke kerkelijke feestelijkheden moesten dan ook alle parochianen naar de mis in de parochiekerk komen.

Die kerken die als filiale aanzien werden, benoemde men met het latijns begrip "capella curata". Dit betekende dat deze kerk permanent door een geestelijke aangevoerd werd. Deze priester stond onder het gezag van de pastoor, genoot echter van een gewisse zelfstandigheid.

Een kapel droeg de latijnse benaming "capella non curata". Bijgevolg handelte het zich hier om een kerk in een dorp, waar niet permanent een geestelijke aanwezig was.

De klok, die de bevolking voor de mis oproept, werd in de klokkengieterij Slegers in TELLIN gemaakt en weegt 208 kg. In het begin van de jaren zestig kocht de gemeente een grondstuk in het noorden van het dorp en wou dan hierop een kerkhof aanleggen. Deze plannen mislukten echter na een grondige bodemanalyse.

Het kruis in Konnenbusch

De prachtigste schatten liggen meestal verborgen. In ieder geval bevind zich een zulke schat veraf van het centrum in het zuidoosten aan de uitgang van het dorp.

Rijdt men de weg "Zum Konnnenbusch" in richting WIRTZFELD tot het einde, ziet men op splitsing een nieuwgotisch, doorbroken, gietijzeren kruis, dat ondertussen als kultureel erfgoed werd erkend. Het staat op een sokkel en is meer dan twee meter groot.

Het kruis in KONNENBUSCH is uit de 19de eeuw en toont Christus. Op de sokkel zijn drie vrouwenfiguren afgebeeld, die de allegorie zijn van Geloof, Hoop en Liefde.

De Odilia-bron

Aan de ingang van het dorp bevindt zich reeds jarenlang een kleine kapel met een bron en een standbeeld van de schutspatrones van BERG. Zo zou het in feite moeten zijn. Spijtig genoeg verdween dit beeld dikwijls in het verleden. Meermaals kon men het terugvinden, maar nu schijnt ze voor altijd verdwenen. Enkel het sproedelende bronwater en de opschrift "Gib, das ich sehe" in het bekken herinneren aan de schutspatrones.

Het kapelletje werd op 9 september 1962 gezegend. In de physiatrie van onze voorouders is bekend, dat men oogletsels reeds vroeger met fris, lopend water behandelde, omdat dit vrijwel vrij van bakterien is. De Zigeuners kenden reeds voor tal van jaren dit zogenoemde "ogenwater" en kwamen deswegen speciaal hiervoor in ons dorp.