Elsenborn Kamp

De aanleg van een spoorweg en van het militaire oefenterrein in Elsenborn deden aan het eind van de 19de eeuw het gebied merkbaar opleven.

In een tijdspanne van 100 jaar hebben vele duizenden soldaten uit alle landstreken hier hun opleiding gekregen. De jonge rekruten die hier op de plateaus van Elsenborn hun militaire dienstplicht moesten vervullen, zagen hun verblijf hier als een straf, soms zelfs als een verbanning naar Siberië.

Vooral in de winter kregen ze met koude, sneeuw en ijs heel wat te verwerken.

Het militaire oefenterrein, in 1894 onder Pruisische heerschappij voor de opleiding van het 8ste legerkorps aangelegd, werd later door het Belgische leger teruggewonnen en vormt vandaag een van de grootste militaire oefenterreinen van België.

Onder de Duitse bezetting tijdens de Twede Wereldoorlog werd het kamp zwaar beschadigd en door de Duitsers als gevangenen- en werkkamp voor Russische soldaten gebruikt. Een klein kerkhof herinnert aan de daar gestorven soldaten.

Sinds 1976 kan het Kamp tijdens manoeuvres 1.200 mannen opvangen. Het biedt hun onderkomen, eten en de nodige oefeninfrastructuur.

Het vast aangestelde personeel en hun gezinsleden wonen buiten het Kamp en mengen zich onder de lokale bevolking. Meerdere clusters van militaire gebouwen bevinden zich vlak aan de rand van het Kamp.

Het oefenterrein strekt zich uit over zowat 26% van het totale oppervlak van de gemeente en werd onlangs tot "Natura 2000" gebied uitgeroepen.

Kamp Elsenborn
4750 Bütgenbach
Tel.: +32 (0)80/44.21.05
Fax: +32 (0)80/44.21.99
www.camp-elsenborn.be

Geschiedenis

Het 8ste Rijnlandse Legerkorps met standplaats in Koblenz was op zoek naar een groot militair oefenterrein voor zijn troepen. De Vennbahn spoorlijn Aken - St.Vith, die in 1885 werd voltooid, had onze streek bekend en toegankelijk gemaakt. Bovendien was het gebied toen nauwelijks bevolkt en de uitgestrekte heide- en weidevlakten rondom Elsenborn leken het legerbestuur na meerdere bezichtigingen perfect voor hun plan.

De officieren vonden het wenselijk om het dorp in het toekomstige oefenterrein te integreren; anders zou er een diepe inham in het voorziene terrein komen, wat tot een inperking van het oefenterrein zou leiden.

In de winter van 1893-94 vonden de beslissende besprekingen binnen het Oorlogsministerie plaats. De financiële situatie van die tijd noopte de Rijksdag tot budgetbesparingen binnen het leger. Omdat de in de begroting voorziene middelen van 2,35 miljoen Mark verre van volstonden om het dorp Elsenborn mee te verwerven – daarvoor waren nog eens 2,5 miljoen Mark nodig – besloot het Oorlogsministerie om na te gaan of het terrein niet in de richting van Rocherath zou kunnen worden uitgebreid zodat er nog voldoende ruimte voor militaire oefeningen voor alle wapensoorten zou zijn.
Man kan zich de vreugde en de opluchting van de Elsenborners voorstellen toen hen na een laatste inspectie in maart 1894 het bericht bereikte dat het dorp zou blijven bestaan.

Bouwactiviteiten

De eerste soldaten, die in juli 1894 naar Elsenborn kwamen, werden in de eenvoudige en veel te kleine woningen van de boeren ingekwartierd. Niet veel later sliepen de manschappen in grote tiptenten. Uiteindelijk werd het plan opgevat om het Kamp aan de noordelijke helling van ‘Nidrumer Heck’ te bouwen, op een beschutte plaats in de buurt van de spoorweglijn doorheen Sourbrodt.

Barakken in golfplaten voor de troepen, stenen barakken voor de officieren, barakken voor keuken en kantine, officiersbarakken, een provisorisch postgebouw en een riolering werden gebouwd. Omdat het militaire oefenterrein niet alleen voor artillerie- maar vooral ook voor cavalerieoefeningen moest dienen, ontstonden al snel ook stallen en voederbarakken voor ongeveer 1.500 paarden. De bouw van een badinrichting, een elektriciteitsfabriek en de aanleg van elektriciteitsleidingen volgde in 1898. Het veldhospitaal verrees in 1899, een definitief postgebouw in 1911.

De eerste kapel in het Kamp was een eenvoudig houten gebouw dat eerder als opslaghal had gediend. In de jaren 1933-34 werd de huidige kerk gebouwd die aan de heilige Barbara is gewijd.

Opleving

De voortdurende bouwactiviteiten in het legerkamp en het onderhoud van kamp en oefenterrein boden aan de ambachtslui van Elsenborn (metsers, schrijnwerkers, dakdekkers, …) heel wat goed betaalde werkgelegenheid. Talrijke neringdoeners zoals hoteliers, kooplui, kappers, schoenmakers, fotografen, taxiondernemingen, … vonden in het Kamp en in de omliggende dorpen een nieuwe bestaansbasis.

Ook slagers en bakkers profiteerden van de commerciële opleving en leverden hun producten aan het Kamp. De cafés en restaurants van het dorp verheugden zich in talrijke nieuwe klanten. Vooral echter kregen landbouwers een nieuwe afzetmarkt voor hun landbouw- en veeteeltproducten.

Nog meer tekenen van de groeiende welvaart in Elsenborn waren de bouw van de waterleiding in 1902, de oprichting van een coöperatieve spaar- en lijfrentekas in 1903, de verbetering van de dorpstraat in 1904, de verharding van een 1,5 km lang deeltraject van de Kupferstraße in 1910-11, de aansluiting aan het elektriciteitsnet in 1912 en in de jaren 1914-16 de bouw van een uit drie klassen bestaande basisschool met douches en dienstwoningen voor de leraars.

Men wordt zich pas echt ten volle bewust van de omvang en de snelheid van deze gunstige economische ontwikkeling wanneer men bedenkt dat nauwelijks 25 jaar eerder in een reisverslag van Hugo Zöller te lezen was dat hij "geen armer dorp in de hele Eifel had aangetroffen” dan in Elsenborn.

Omleidingsweg

Om manoeuvres en schietoefeningen op het terrein zo gevaarloos mogelijk te kunnen uitvoeren, werd niet alleen de weg Elsenborn-Kalterherberg, maar werden ook alle andere over het terrein voerende oeroude veldwegen in beide richtingen afgesloten. Zowel de plaatselijke bevolking als vreemden op doorreis moesten zodoende noodgedwongen in Elsenborn en Kalterherberg - tot grote vreugde van de plaatselijke café-uitbaters - de opheffing van de versperring afwachten.

Voor elke “sperdag” betaalde de militaire overheid aan de gemeente een aanzienlijke schadevergoeding. In de jaren voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog namen de militaire activiteiten ook in het Kamp Elsenborn aanzienlijk toe, wat nog vaker versperringen noodzakelijk maakte en de te betalen schadevergoedingen de hoogte in joeg.

Dat was een van de redenen waarom het militaire bestuur de bouw van een omleidingsweg overwoog, vooral omdat op dat ogenblik ook voldoende geld vanuit het Oorlogsministerie ter beschikking werd gesteld en het gemeentebestuur de benodigde landerijen aan de fiscus wilde afstaan. Burgemeester Kirch had slim weten te bekomen dat het militaire bestuur de weg na de voltooiing zou overnemen en zo verantwoordelijk zou worden voor het onderhoud ervan.

In de jaren 1913-15 werd de omleidingsweg uiteindelijk aangelegd.